Liefste (023)

Ik geloof niet in god, maar van Kolossenzen, hoofdstuk 3, vers 19 maak ik graag een levensmotto. Ik geloof de weerman niet als hij zegt dat het morgen gaat regenen. Ik ben bij jou en dan regent het niet. Ik geloof Thomas Wolfe niet als hij zegt dat eenzaamheid the central fact is of human existence. Bij jou ben ik nooit alleen. Ik geloof Goedele Liekens niet als ze zegt hoe ik moet neuken. Goedele weet nog minder dan de weerman. Ik geloof niet in openingszinnen, maar als ik jou met een aandoenlijke alliteratie kan adoreren, zal ik niet aarzelen.

Ik geloof wel in jou, geloof ik.

Liefs, Yuri

Liefste xxx? Hier vind je meer uitleg.
Deze keer deed ik het met een weerman, een alliteratie en (de wegens originaliteit voor één keer toegestane uitzondering) Kolossenzen, hoofdstuk 3, vers 19.
(Nieuwe woorden graag in reactiedinges)

Liefste (011)

Volgens de dokter lijd ik aan amoureuze flatulentie. Mijn buik is zodanig overvlinderd dat mijn dichterlijke vrijheid opzwelt tot nooit geziene proporties. Ik stapel staccato stijloefeningen en ambieer alleszeggende alliteraties. Probeer plechtig de potentialis te parodiëren, als ware het een wedstrijd. Tater tomeloos in tongen en epibreer eindeloos. Daardoor verzuim ik alles. Ik negeer mijn basisnoden en behandel dagelijkse besognes als achterstallige rekeningen. Dat komt door jou. Jij bent het vuur dat mij dichterlijk doet vrijen. Jij zoent de zondvloed van mijn zinnen.

Liefs,
Yuri

Liefste xxx?
Deze keer deed ik het met flatulentie, potentialis en achterstallige rekeningen.
(Nieuwe woorden graag in reactiedinges)
 
Ik vraag uw hand
Waar wordt u gelukkig van?